II
Type 3: haantje Lodewijk XV .


Type 2: Cartoucheklok

De iconografie van de cartoucheklok begint bij het overgangstype, dat is voorzien van het traditionele belhek van de Mayetklok in plaats van een gietstuk, alsmede de vroege, gegoten wijzerplaat met een voorstelling in het centrum. De gegoten voorstelling in de wijzerplaat is monarchistisch, allegorisch of decoratief (38). De latere cartoucheklok heeft in het centrum een geëmailleerde schotel zonder voorstelling. Cartoucheklokken met louter decoratieve wijzerplaten worden hier niet besproken. De monarchistische voorstelling moet worden geplaatst in de regeerperiode Lodewijk XV.

De vooruitblikkende haan verschijnt op wapenschilden en geldstukken. Deze coq héraldique staat altijd rechtop afgebeeld, van terzijde, met geheven kop en de staart in een regelmatige boog afhangend. Hij wordt armé, onglé, éperonné, becqué, crêté, barbé, membré genoemd, naarmate het heraldisch accent ligt op de klauwen, nagels, sporen, snavel, kop, baard of leden. De iconografische bedoeling is een bepaalde eigenschap te accentueren welke degene die de coq héraldique als attribuut voert aan anderen wil voorhouden. Bij de cartouchehaan lijkt het accent te liggen op de klauwen, duidend op zijn militante zeggingskracht.



Cartoucheklok
cartoucheklok